Historie

Een verhaal dat - gedeeltelijk - voor het eerst werd gepubliceerd in het jaar 1986, ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan van Drijver´s Tennisclub.
In 2001 is het verhaal aangevuld en gepubliceerd in de jubileumuitgave ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Drijver´s Tennisclub.
In 2007, 2011 en 2017 is het verhaal nogmaals aangevuld vanwege de renovatie/uitbreiding van de banen (2007), het nieuwe clubhuis (2011) en nieuwe LED verlichting (2017).

 
De eerste tennis ervaringen in Deventer dateren van kort na de eerste wereldoorlog. Er werd toen door enkele enthousiaste mensen getennist op een tegelbaan in Twello. Dat was natuurlijk prachtig maar voor Deventernaren wel een eindje uit de buurt. Het was daarom ook niet verwonderlijk dat al gauw werd uitgekeken naar een geschikte plaats in Deventer om een eigen baan aan te leggen. Deze plek werd gevonden op de Platvoet bij van Wenum. Hier wilde men een echte graffelbaan aanleggen, maar dat was natuurlijk geen amateur-werk. Gelukkig kende een van de tennissers een Duitser die graffelbanen aanlegde. Iedereen droeg zijn steentje bij om dat karwei te klaren en zo brak de dag aan dat de eerste tennis demonstratie zou worden gegeven op de eerste graffelbanen van Deventer. Een hele gebeurtenis. De heren van der Lande en Drijver vielen de eer te beurt om onder het toeziend oog van vrienden, familie en kennissen deze match te spelen. Na twintig minuten tennissen echter was er van de prachtige graffelbaan niet veel anders over dan een grote molshoop. De heren stonden in het rulle zand te tennissen en van de prachtige graffelbaan was geen sprake meer. De teleurstelling was groot en de Duitser werd dan ook zonder betaling de laan uitgestuurd. Er lag weer een  mooie taak weggelegd. Men toog nu zelf aan het werk en met vereende krachten kwam er dan toch weer een graffelbaan te liggen.
Van georganiseerd tennis was er in die tijd nauwelijks sprake en zo ontstond er in 1931 de eerste tennisclub.
De Deventer Lawn Tennis Club, D.L.T.C.. Er was ondertussen al een 2e graffelbaan bijgekomen en kort voor de tweede wereldoorlog waren dat er zelfs al 4. In 1950 wilde de toenmalige grondeigenaar deze grond omploegen om het als bouwgrond te kunnen gaan gebruiken. De Hr. Drijver, die voorzitter was van D.L.T.C., vertoefde in Amerika en werd telegrafisch op de hoogte gesteld van deze rigoureuze plannen. Zonder aarzeling gaf hij daarop te kennen dat de grond dan onmiddellijk diende te worden gekocht. Dat gebeurde in samenwerking met Thomassen en Drijver en dat luidde eigenlijk de verhuizing in van D.L.T.C. naar de ceintuurbaan en het ontstaan van een nieuwe tennisclub, de Drijvers Tennis Club, D.T.C.
Dit gebeurde in 1951 en de oprichtingsnotulen vermeldden dat de contributie werd vastgesteld op Fl. 7,50 per persoon per jaar. Tevens konden lid worden de echtgenotes en de officieel verloofden van de respectievelijke medewerkers van T & D tegen dezelfde contributie bijdrage. De leden waren alleen de zogenaamde ‘maandloners’, dit in tegenstelling tot de arbeiders die wekelijks hun salaris ontvingen. Dat men deze scheiding bewust wilde doorvoeren bleek wel uit de volgende notitie uit deze oprichtingsnotulen. ‘Wat te doen met arbeiders die lid willen worden?’ Wel, die zouden worden geballoteerd zo vermelden de notulen. Tegenwoordig kunnen we constateren dat daar wel iets in is veranderd, maar terug naar de vijftiger jaren.

 

 
Het tennispeil stond in die tijd al op een behoorlijk niveau en in het oprichtingsjaar naam D.T.C. ook al deel aan de competitie. Onze toenmalige groundsman, de Hr. De Bruin, bracht de beginnelingen de eerste beginselen van het tennisspel bij. De Hr. De Bruin was werkzaam bij T & D en deed zijn werk op de tennisbaan als bij verdienste, en hoe! Een betere groundsman heeft onze vereniging nooit meer gekend. Ook in het personeelsblad van T & D ‘De Blickboys’ werd  de Hr. De Bruin afgeschilderd als een van de beste van Nederland.
D.T.C. manifesteerde zich al aardig en in het land stond ze bekend als een actieve vereniging waar zelfs buitenlandse tennissers graag geziene gasten waren. Districts- en Overijsselse kampioenschappen werden er zelfs gespeeld. De toentertijd behaalde medailles en vaandels zijn echter verhuisd naar Amerika in de bagage van een toenmalig lid van de vereniging. Wellicht prijken ze nu nog wel in een prijzenkast of in een rariteitenkabinet.

Tot 1961 bleef de club nog officieel alleen toegankelijk voor werknemers van T & D. Daar kwam nu verandering in en dat was waarschijnlijk mede te danken aan het feit dat men door het aantrekken van buitenstaanders het tennispeil wilde verhogen. Het ledental was reeds uitgegroeid tot 140 en men was duidelijk weer aan uitbreiding toe. In 1966 werd er een omvangrijke uitbreiding gerealiseerd. Het oude kleedhok, dat nog midden op de baan stond, werd gesloopt en boven op het talud verrees een nieuw riant clubhuis. Het gehele terrein werd geëgaliseerd, er werd een 5e baan aangelegd en tevens een oefenmuur. Vanaf dat moment kwam er ook weer nieuw leven in de brouwerij. Er werden grote toernooien georganiseerd. Meerdere teams speelden al in de competitie en het ledental groeide uit naar 250.

De binding met T & D werd steeds kleiner doordat er ook al mensen van buiten T & D in de vereniging waren gekomen. Tot 1971 was het echter nog wel altijd zo dat tennissers die niet bij T & D werkten ook geen stemrecht hadden of in het bestuur konden zitten. In hetzelfde jaar besloot de directie van T & D de club los te laten. Drijver´s Tennisclub werd dus een kleine zelfstandige, die het verder alleen moest zien te rooien.Deze ommezwaai pakte goed uit en het ledenaantal groeide gestaag. In 1976, bij het 25-jarig bestaan, kon worden vastgesteld dat het een bloeiende vereniging was, met een grote aanhang van 400 leden. Het clubhuis had in dat jaar centrale verwarming gekregen en kunststof vloer. Ook werd er een nieuwe bar in gebruik genomen. In 1977 verkocht T&D het gehele park aan de vereniging en vanaf dat moment was DTC de baas in eigen huis.

De algemene belangstelling voor tennis groeide sterk. Bij DTC had dit tot gevolg dat er een wachtlijst moest worden ingesteld voor nieuwe leden. Met het groeien van het ledental waren ook de competitieresultaten erg verbeterd. In de regio stonden we overal bekend om onze uitstekende jeugdopleiding.
In 1981 vond een algehele renovatie van de banen plaats. Alsmede de aanleg van een automatische beregeningsinstallatie. Tevens werd gelijktijdig –in goed overleg met onze buurman, de heer Van Wenum, op zijn grond- een 6e baan aangelegd en kon de club toch nog verder groeien.

Ook het clubhuis ontkwam niet aan een verbouwing. In 1984 werd de bestuurs- en commissiekamer gerealiseerd, die zowel bij vergaderingen als bij feestavonden goed van pas kwam. In hetzelfde jaar is ook de nieuwe bar, die aan de modernste eisen voldeed, in gebruik genomen.
In 1986 werd de verlichting voor de banen 1 t/m 5 aangelegd en baan 6 volgde in 1993.
Regelmatig werd groot onderhoud verricht aan het clubhuis (beplating aan de buitenzijde, vervanging dakbedekking en boeien, kunststof vloer, nieuwe cv-ketel, uitbouw berging en vernieuwing kleedkamers, inclusief doucheruimtes).

In 2006 werd baan 6 ingeleverd voor de woningbouw in de naastgelegen wijk Randerwaarden, maar werd een stuk grond van 5.000 m2 gekocht van de erven van Van Weenum. Hierdoor was het mogelijk om in 2007 de vijf gravelbanen te renoveren, alsmede twee nieuwe banen aan te leggen. Alle zeven banen hebben als ondergrond Pro Vision en zijn dus allweather-tennisbanen.

In november 2010 werd het oude clubhuis gesloopt. Begin april 2011 werd een nieuw clubhuis met groot terras in gebruik genomen.
In de zomer van 2017 zijn alle gasontladingslampen vervangen door moderne en energiezuinigere LED lampen.